Een gesprek tussen twee mama’s

“Had jij dat ook?”                                                                                                                                                                                                                             “Hoe zat dat bij jou?”
“Ik weet niet of jij dat ook hebt, maar..”

Vrijdagavond. De avond waarop mama en ik naar stomme programma’s kijken om de frustratie van de afgelopen week af te reageren. De avond waarop wij altijd samen zijn. Altijd met zijn twee. Vanavond niet. Vrijdagavond om 20:00 gaan twee moeders in gesprek. Twee bijzondere moeders. De een moeder van één dochter, de ander moeder van twee dochters. De kinderen zijn geboren via een anonieme spermadonor. 

Ruim achttien jaar geleden werd mijn moeder, Monique, gebeld door een onbekende vrouw. Aan de andere kant van de lijn klonk Inge.  Via via was Inge erachter gekomen dat Monique een dochter had gekregen door middel van kunstmatige inseminatie. Omdat Inge hier graag meer over wilde weten had zij contact opgenomen met Monique. Na een avond lang telefoneren en twee kinderen verder schuift Inge op vrijdagavond aan bij Monique aan de keukentafel.

“Ik ben uiteindelijk bij dezelfde gynaecoloog geweest als jij, Monique. Wat een verschrikkelijk mens.”
“Meen je dat echt? Ik vond haar heel erg aardig en behulpzaam.”
“Maar ik ben er natuurlijk wel wat vaker geweest, ha!”

Monique: “Toen ik 28 was, bedacht ik me dat ik toch wel graag kinderen wilde. Oke, wat doe ik nu? Ik heb geen partner, maar ik wil niet mijn hele leven zonder kinderen. Zonder een vent kan ik nog leven, maar ik wil wel een kind. Wat ik moest doen wist ik niet zo goed. Ik ben eerst langs de huisarts geweest en heb verschillende ziekenhuizen gebeld. Uiteindelijk ben ik bij de stichting MR 70 terechtgekomen.”

Inge: “Ja, want dat adres heb ik van jou gehad! Ik vond dat gesprek daar toen zo eng. Je moet je een beetje verantwoorden waarom je een goede moeder zou zijn.”

Monique: “Ik heb een aantal gesprekken gehad. Een seksuoloog, gynaecoloog, psycholoog… Ik moest zelfs een brief schrijven waarom ik een kindje zou willen. Alle voordelen en alle nadelen op papier.”

Inge: “Op papier? Een brief. Nee, ik ben maar bij één man geweest. Dat heb ik allemaal echt niet gehad.”

Alle gesprekken komen langs. De verbazing op het gezicht van Inge spreekt boekdelen. Zij herkent zich niet in de gesprekken waar Monique over vertelt. Het gesprek krijgt een andere wending als Monique vraagt naar de reacties van mensen uit de omgeving van Inge. Inge vertelt dat zij pas naar deze reacties vroeg toen zij de beslissing voor zichzelf al had genomen.

Inge: “Ik was wel heel erg benieuwd wat mijn moeder daarvan zou vinden. Ik dacht dat ze het ontzettend vreemd zou vinden, maar dit viel heel erg mee. Bij mijn eerste kind vond eigenlijk niemand het gek, maar de tweede; dat was toch wel anders. Mensen vroegen zich af waar ik aan begon en of ik de verantwoordelijkheid in mijn eentje wel aan zou kunnen.”

Monique: “Milou is in augustus geboren. Toen ik in december 1993 een kerstboom wilde kopen en de deur uit ging terwijl mijn dochter binnen lag te slapen, kreeg ik voor het eerst het besef van de verantwoordelijkheid die je in je eentje draagt. Die kerstboom is er dan ook niet gekomen.”

Inge: “Ja, die verantwoordelijkheid is soms moeilijk. Ook met praktische dingen. Het regelen en beslissingen nemen. Je moet altijd zelf, in je eentje, de eindbeslissing nemen. Soms vroeg ik me echt af waar ik aan begonnen was.”

Allebei de moeders denken dat dit heel erg normaal is, maar je voelt het wel extra, de verantwoordelijkheid. Je wilt niet teveel hulp vragen, omdat je er zelf voor gekozen hebt.

Inge: “Dan dacht ik, JIJ wou toch die twee kinderen! Tenminste, je denkt dat anderen dat denken. Dat zal jij vast ook wel eens gehad hebben, Monique.”

Monique vertelt dat ze dat ook wel eens heeft gehoord. “Mensen zeiden dan dat ik had moeten weten waar ik aan begon. Maar dat weet je natuurlijk helemaal niet! Een echtpaar weet dit toch ook niet?”

“Dat weet je inderdaad niet. Je kunt dat niet inschatten.”
“Op een gegeven moment wil je ook wel weer iets voor jezelf doen. Moet ik dat dan helemaal uitleggen?”
“Ik greep alle mogelijke oppas aan!”

Monique: “Mijn dochter had een vaste oppas, die zelf al drie kinderen had, en daar was zij gewoon nummer vier in de rij. Ook bij mijn zus was ze kind aan huis. Zij heeft mijn zwager een hele tijd aangesproken met ‘papa Theo’.”

Inge: “Mijn kinderen hebben dat niet zo gehad. Wij hebben niet zoveel mannen in de familie. Mijn jongste dochter zei een paar jaar geleden dat ze wel een vader zou willen. Ze dacht dat hij dan wel een auto zou hebben en dat hij wat kon klussen. Heel praktisch! Of ze het echt gemist hebben? Dat denk ik niet. Ze zei dat ze niet anders wisten en dat het wel goed is zo.”

Inge en Monique hebben zich allebei nooit schuldig gevoeld tegenover de kinderen. Het is misschien de rust die een kind gemist kan hebben, omdat zij het allemaal alleen moesten doen. Er was altijd druk om het allemaal goed te moeten doen.

Inge: “Maar ieder kind heeft toch wel eens een mopper-momentje? Daar is niets geks aan.”

Monique: “Ik denk zelfs dat Milou veel sneller zelfstandig werd. Dat is denk ik alleen maar positief. Als ze bij de oppas was, moest ze haar eigen schoenen wel vastmaken. En dan moest zij haar eigen jas wel aantrekken. De oppas had echt geen tijd om vier kinderen aan te kleden.”

Inge: “Inderdaad, mijn dochter kon al heel snel, goed praten. Mijn jongste dochter is doof, dus dat is heel anders, maar je praat op een normale manier met je kinderen. Je spreekt tijdens het eten bijvoorbeeld niet in kindertaal, dat doe je gewoon niet als je alleen bent.”

“Grappig dat je dat zegt! Dat is inderdaad zo.”
“Je kunt toch niet de hele dag in brabbeltaal praten?”
“Ik weet nog, mijn oudste was nog geen twee jaar en toen had ze een keer overgegeven. Dat was nog nooit gebeurd. Toen zei ze: ‘Mama, ik heb in m’n nekkie geplast!’.”

Dat Inge en Monique niet in kindertaal met hun kinderen spraken is volgens hen vrij logisch. Je kunt niet altijd op zo’n manier communiceren. Wel leggen kinderen, volgens Monique en Inge, dingen altijd op hun eigen manier uit.

Inge: “Ik ben naar de kinderen toe er altijd open over geweest dat zij geen vader hebben. Ik heb toen gezegd dat ik heel graag een kindje wilde, maar er was geen papa. En toen ben ik naar de dokter gegaan en er was een man heel aardig en die heeft zaadjes gegeven. Toen heeft de dokter mij geholpen.”

Monique: “Zoiets heb ik ook verteld ja, en wat ging mijn dochter dan vertellen: ‘Mijn papa is dokter’. Ze heeft gewoon de rest van het verhaal weggelaten.”

Inge: “Zo maakte mijn dochter ervan dat haar vader dood was. De dode dokter.”

Na de dode dokter volgen er nog vele andere onderwerpen. Op de vraag of zij het leuk vonden om dit gesprek te voeren antwoorde beide vrouwen volmondig “ja”. Inge en Monique hadden allebei nog nooit met iemand gesproken die hetzelfde heeft meegemaakt. Overigens bleken de vrouwen ook heel erg veel gemeen te hebben. Het was dan ook niet zomaar dat het licht bij ons thuis pas tegen middernacht uit ging. 

“Mag ik je drie zoenen geven?”
“Natuurlijk, bedankt voor vanavond.”
“Jullie ook en tot een volgende keer!”

Inge

Advertenties

6 thoughts on “Een gesprek tussen twee mama’s

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s