“Voor mij was het een klinische aangelegenheid”

“Op een zekere dag ben ik benaderd door haar, om eens even te lunchen. Dat is toch altijd leuk als je elkaar nog kent van school. Gewoonlijk drinken we wel eens wat met nog drie anderen erbij. Dat was deze keer wel anders.” 

Tien jaar geleden werd Gert-Jan gebeld of hij een keertje met Ellen wilde lunchen. Ze kwamen terecht in een klein café waar zij begon met het uitleggen van haar relatie. Haar partner kon geen kinderen meer krijgen. Toch wilde ze graag een kindje van zichzelf. Haar man zag het niet zitten om een traject via een spermabank te doen. “Waarom kies je niet iemand die je kent?” En zo kwam Ellen met de vraag of Gert-Jan de donor van haar kind wilde zijn. 

“Toen zij uitgelegde dat ik haar hier heel erg mee kon helpen en dat het initiatief van haar man kwam, had ik er wel vertrouwen in. Ik heb toen ook gelijk gezegd dat ik het wilde doen.” Toen Gert-Jan thuis kwam was zijn vrouw iets minder enthousiast. Zij stelde hem vragen waar hij nog helemaal niet over had nagedacht. “Mijn vrouw heeft mij toen heel erg aan het denken gezet. Voor mij was het een klinische aangelegenheid en het maakte niets uit. Mijn vrouw begon toen over alle eventuele problemen die konden ontstaan. Ik had over bepaalde dingen echt niet nagedacht. Ik merkte toen pas dat het toch dieper ging dan ik in eerste instantie dacht.” Gert-Jan vond zichzelf in het begin een beetje laconiek en besefte later pas wat voor toezegging hij had gedaan. “Wel vond ik dat ik er niet meer vanaf kon zien. Ik heb gezegd dat ik dit wilde doen, dus toen hebben we het doorgezet.”
Uiteindelijk besefte mijn vrouw ook dat het iets heel moois was. Wel hebben we voordat Ellen zwanger werd hele duidelijke afspraken gemaakt. “Het is een soort zakelijke overeenkomst geworden. Het kind zou helemaal aan hun toebehoren, maar ik zou wel bekend zijn als biologische vader.” Gert-Jan wordt niet betrokken in de opvoeding van het kind. Dat hoeft ook niet. Hij belt af en toe met Ellen. Zij vertelt dan wel heel erg veel over het kind. Ze leggen hem ook wel eens zaken voor, maar zijn mening is niet bindend.

Gert-Jan en zijn vrouw zijn altijd aanwezig op de verjaardag van het kind. Echter, hij zoekt haar tussendoor nooit op. Dit is niet omdat hij daar geen behoefte aan heeft. “Waar ik geen behoefte aan heb, is om de relatie te intensiveren. Als dat al gebeurd, is zij daarin leidend. Dit ook in de context van de gemaakte afspraken.” Wel merkt hij dat, nu zijn donorkind ouder wordt, hij steeds nieuwsgieriger is hoe het zich allemaal gaat ontwikkelen. “Ik wil me er ook niet mee bemoeien. Dan vinden ze misschien dat ik in de weg loop. Dat is wel een beetje mijn angst. Plus het feit dat ik niet helemaal hoteldebotel van het kind wil worden, anders zou dat voor zowel mij als voor het kind lastig worden.”

Gert-Jan is niet naar iedereen even open over zijn donorschap. Wat mij betreft logisch. Ook omdat zijn vrouw er in eerste instantie niet volledig achter stond. “Nu gaat dat trouwens prima. Mijn vrouw en Ellen zijn tegenwoordig twee handen op één buik.”

Anders dan bij een spermabank heeft Gert-Jan geen lichamelijke screening gehad. Alleen de kwaliteit van het sperma werd getest.

Gert-Jan is er niet bewust mee bezig of hij bepaalde dingen van hem in zijn donorkind herkent. Wel vindt hij dat ze heel erg op zijn zus lijkt. “Natuurlijk zit je wel eens te kijken of je dingen ziet die je bekend voorkomen, je eigen houding of bewegingen. Ik weet alleen niet in hoeverre dat genetisch is bepaald. Als je met je ouders, of een daarvan, om gaat dan zal je dingen afkijken. Ik weet niet of dat ook in je genen zit. Wel herken ik bepaalde karaktertrekken heel duidelijk. Ik ga er niet naar op zoek, maar ik word zeker wel nieuwsgieriger naarmate ik haar beter leer kennen.”

Volgens Gert-Jan zou het best kunnen dat hij op een gegeven moment een sterkere band met zijn donorkind krijgt. Als zij ouder wordt en er open over gaat praten misschien. Dat hoeft naar zijn idee niet in de weg te staan. “Ik denk namelijk dat haar mama en papa daar ook niet bang voor zijn. Stel dat het zou gebeuren dat zij heel erg naar mij toe zal trekken, dan zal dat geleidelijk gaan. Je kunt natuurlijk met iedereen een goede vriendschap ontwikkelen. Dat daar toevallig een bloedband zit, ja.. Een kind wordt volwassen en die ontwikkelt haar eigen leven en maakt eigen keuzes. Ik denk dat je juist als ouder moet zeggen dat zij haar gang mag gaan.”

Voordat Ellen aan Gert-Jan had gevraagd of hij wilde doneren, had Gert-Jan hier nooit over nagedacht. Hij weet ook niet of hij het nog een keertje zou doen. “Misschien als ik alleen was. Nog één keertje of zo. Op dit moment, in mijn huwelijk, zou ik mijn vrouw er geen plezier mee doen. Misschien zou ik het wel doen als het iemand is die op geen enkele andere wijze een kind kan krijgen. Dan wel in veel beter overleg met mijn vrouw dan de eerste keer.

Vanwege privacy redenen zijn namen gefingeerd. Eventuele overeenkomsten berusten op louter toeval. 

Gert-Jan

Advertenties

2 thoughts on ““Voor mij was het een klinische aangelegenheid”

  1. Pas vandaag gelezen omdat er eerder geen tijd voor was ivm verhuizing. Gaat over zaken waar je normaliter niet over nadenkt en ook niet zo vaak tegen komt. Ga snel naar je volgende verslag.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s